Examen A
Praktijk: instrumentale toepassing en vaardigheden
- vier stukken van verschillend karakter, waaronder 1 samenspelstuk (het spelen met tenminste twee live-instrumenten)
- toonladders (blz 70 Raamleerplan) – ten minste 4 toonladders met bijbehorende akkoorden (allen stijgend en dalend over 1 octaaf). Deze mogen van blad gespeeld worden, maar uit het hoofd spelen leidt tot een hogere waardering. Kandidaten spelen verschillende toonsoorten en variëren in dynamiek en articulatie.
- prima vista ritme (uit Quintus prima vista boek)
- prima vista melodie (uit Quintus prima vista boek)
- voor- en naspelen (uit Quintus prima vista boek)
- uit het hoofd spelen
- improvisatie (Quintus prima vista boek of volgens 1 van de 5 punten van het Raamleerplan, blz 49)
- horen of een voorgespeelde majeurtoonladder goed of fout is
- horen van intervallen t/m de kwint vanuit een vaste grondtoon
EXAMEN B
Praktijk: instrumentale toepassing en vaardigheden
- minimaal vijf stukken van verschillend karakter, waaronder 1 samenspelstuk (het spelen met tenminste twee live-instrumenten)
- toonladders (blz. 70 Raamleerplan) – ten minste 6 toonladders (waarvan 3 majeur en 3 mineur, het betreft toonladders met kruizen en mollen) met bijbehorende akkoorden (allen stijgend en dalend over 1 octaaf). Deze mogen van blad gespeeld worden, maar uit het hoofd spelen leidt tot een hogere waardering. Kandidaten spelen verschillende toonsoorten en variëren in dynamiek en articulatie.
- prima vista ritme (uit Quintus prima vista boek)
- prima vista melodie (uit Quintus prima vista boek)
- voor- en naspelen (uit Quintus prima vista boek)
- uit het hoofd spelen (uit Quintus prima vista boek
- improvisatie (Quintus prima vista boek of volgens 1 van de 7 punten van het Raamleerplan, blz 53)
- hulpgrepen
EXAMEN C
Praktijk: instrumentale toepassing en vaardigheden
- toonladders (blz. 70 Raamleerplan) – ten minste 6 toonladders majeur en mineur (waarvan er 2 minimaal 4 voortekens hebben, het betreft toonladders met kruizen en mollen) met bijbehorende drieklanken (allen stijgend en dalend over 2 octaven en de akkoorden kort en lang gebroken). Deze mogen van blad gespeeld worden, maar uit het hoofd spelen leidt tot een hogere waardering. Kandidaten spelen verschillende toonsoorten en variëren in dynamiek en articulatie.
- chromatische toonladder
- minimaal zes speelstukken waarvan minstens 1 een samenspelstuk met een andere leerling (geldt voor alle instrumenten dus ook piano, orgel, gitaar etc. )
- prima vista ritme (uit Quintus prima vista boek)
- prima vista melodie
- voor- en naspelen (uit Quintus prima vista boek)
- uit het hoofd spelen (fragment van voorbereide examenstukken)
- improvisatie (Quintus prima vista boek of volgens 1 van de 6 punten van het Raamleerplan, blz 56)
- transponeren (bijv. prima vista A): alleen voor instrumenten die ermee te maken hebben Bes en Es instrumenten: een grote secunde hoger C en F instrumenten: een grote secunde lager
- alle instrumenten: octaaf hoger en lager voor zover de omvang van het instrument dit toelaat
EXAMEN D
De D-fase wordt gekenmerkt door muzikale uitdrukkingsvaardigheid en instrumentale beheersing op het voor amateurs hoogst bereikbare niveau. De opleiding en het examen horen dit te weerspiegelen. Zo dient er repertoire dat zowel technisch als muzikaal veelzijdig is – in diverse stijlen, waaronder ook eigentijdse muziek – aan de orde te komen’ (LKCA, 2014, p. 42).
Er bestaan twee vormen: een volledig D-examen en een recital.
Praktijk: instrumentale toepassing en vaardigheden
- Alleen bij een volledig D-examen: toonladders (blz. 70 Raamleerplan) – tenminste 8 toonladders (waarvan er 4 minimaal 4 voortekens hebben, het betreft majeur en mineur toonladders met kruizen en mollen) met bijbehorende drieklanken (allen stijgend en dalend over 2 octaven en de akkoorden kort en lang gebroken). Deze mogen van blad gespeeld worden, maar uit het hoofd spelen leidt tot een hogere waardering. Kandidaten spelen verschillende toonsoorten en variëren in dynamiek en articulatie.
- Alleen bij een volledig D-examen: chromatische toonladder.
- Alleen bij een volledig D-examen: het maken van een werkstuk
- Bij een recital wordt er van de kandidaat verwacht dat hij/zij zichzelf op het podium presenteert als zelfstandig musicus en de presentatie omkleedt met toelichting of beeldmateriaal o.i.d.
- Elk examen: minimaal zes speelstukken waarvan minstens 1 een samenspelstuk met een andere leerling (geldt voor alle instrumenten dus ook piano, orgel, gitaar etc.)
- Elk examen: prima vista ritme (uit Quintus prima vista boek)
- Elk examen: prima vista melodie
- Elk examen: voor- en naspelen (uit Quintus prima vista boek)
- Elk examen: uit het hoofd spelen van een fragment van het examenprogramma
- Elk examen: improvisatie (Quintus prima vista boek of volgens de punten van het Raamleerplan, blz. 63)
- Elk examen: memoriseren als PV in C examen is facultatief
Kijk hier voor alle info over Muziekexamen theorie en praktijk